ADA header@3x

Beter teamwerk, leidt tot betere zorg

Wat begon als een persoonlijke zoektocht, kreeg via dit promotietraject een wetenschappelijke onderbouwing én een bredere roep om verandering. Dit proefschrift is een oproep om de kracht van teamwork, faciliterend leiderschap en vertrouwen in de expertise van zorgverleners, niet te laten versmelten tot abstracte beleidsdoelen, maar ze concreet te maken in de dagelijkse praktijk.

Systemen en protocollen moeten niet leidend zijn, maar ondersteunend. Zorg mag niet worden gedomineerd door controlemechanismen, maar worden gestuurd door vertrouwen in de expertise van zorgverleners. Ik heb ervaren dat dát een onmisbare energiebron is voor een innovatieve, veilige en mensgerichte zorgcultuur.

Mijn passie voor het leveren van goed teamwerk en daardoor goede zorg, mondde uit in dit promotietraject. Ik heb op de IC Kinderen mogen bijdragen aan het ontwikkelen van vele mooie initiatieven. We wilden simulatie toevoegen aan de teamtrainingen (CRM) die we sinds 2005 hadden. Samen met een team reisden we af naar Stanford, het Center for Advanced Pediatric Education om te leren simuleren en richtten daarna het Sophia Simulatie Trainings Team op.

We ontwikkelden de Profcheck, zoals beschreven in dit proefschrift, en reisden naar Boston, waar we ons patiëntveiligheidsmanagementsysteem verder verfijnden via het Patient Safety Executive Development Program bij het Institute for Healthcare Improvement. Deze initiatieven vormden niet alleen een praktijkgerichte basis, maar ook de voedingsbodem voor de hoofdstukken in dit proefschrift

Tegelijkertijd leerde ik dat duurzame verandering niet begint bij structuren, maar bij mensen. De studies in dit proefschrift laten zien dat veilige, veerkrachtige zorgculturen ontstaan als professionals de ruimte krijgen om te leren, te reflecteren en eigenaarschap te nemen. Niet door nóg meer controle, maar door vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Onderzoek doen bleek zelf ook een vorm van teamwork. Voor elk hoofdstuk moest ik bepalen wie en wat ik nodig had, welk type onderzoek het beste paste bij de onderzoeksvraag en hoe we dit samen zouden aanpakken. Samenwerken met collega-onderzoekers, zorgprofessionals en begeleiders was essentieel om dit proefschrift tot stand te brengen. Dit proces vergde niet alleen inhoudelijke keuzes, maar ook het vermogen om flexibel om te gaan met onverwachte wendingen. 

Net als in de praktijk betekende dit soms omgaan met teleurstellingen, zoals een afgewezen artikel, maar ook leren om de feedback die erbij zat te waarderen en te gebruiken voor verbetering. Er waren momenten waarop ik er geen gat meer in zag, waarop ik mezelf moest toespreken om door te gaan. Maar mijn drijfveren waren sterk genoeg om steeds weer aan de slag te gaan, om door te zetten en uiteindelijk deze reis tot een goed einde te brengen.

Een belangrijke rode draad in mijn werk was het leiderschap waaronder ik kon groeien. Inspirerende leidinggevenden gaven ruimte om vragen te stellen en eigenaarschap te nemen. Ik leerde dat verandering altijd begint bij jezelf: je kunt vooruitgang stimuleren, of bewust of onbewust verandering afremmen. Dit besef riep vragen op: Wat vind ik belangrijk? Wat kan ík daaraan bijdragen? Wat en wie heb ik daarvoor nodig? Ik kreeg de ruimte om deze vragen te onderzoeken, om niet alleen te werken binnen een systeem, maar ook mee te bouwen aan verbetering ervan.

Daarnaast heb ik ervaren hoe essentieel zeggenschap is. In mijn eigen loopbaan voelde dit vaak als vanzelfsprekend, maar in de praktijk blijkt dat dit voor veel zorgprofessionals nog allerminst het geval is. Tegelijkertijd wordt het belang ervan breed erkend, niet voor niets is er een landelijk programma ‘Zeggenschap in de zorg’ aan gewijd. Wat ik heb geleerd, is dat daar waar zeggenschap samenkomt met faciliterend leiderschap, een werkomgeving ontstaat waarin ideeën niet worden afgeremd, maar juist worden versterkt. Een omgeving waarin zorgprofessionals niet alleen zorg verlenen, maar ook actief bijdragen aan de vormgeving van betere zorg. Dat zag ik niet alleen als verpleegkundige, maar ook binnen het landelijke patiëntveiligheidsprogramma ‘Tijd voor Verbinding’, waar we merkten dat teams met een sterke leiderschapscultuur minder ziekteverzuim, minder verloop en zelfs wachtlijsten voor nieuwe medewerkers hadden. Zo ontstaat een voedingsbodem voor veerkrachtige teams: teams die niet alleen kunnen omgaan met uitdagingen, maar ook samen blijven bouwen aan veilige, mensgerichte zorg.

Mijn hoop is dat dit proefschrift een bijdrage levert aan dat gesprek, maar vooral aan de praktijk. Dat het zorgprofessionals en leiders inspireert om samen te bouwen aan een cultuur waarin veiligheid niet een set regels is, maar een manier van werken. Waarin fouten voorkomen worden door samen te leren, en waarin zorgprofessionals niet alleen zorg verlenen, maar ook de zorg vormgeven.